donderdag 3 november 2011

Een tandje erbij

De donderdag begon bijna net als andere donderdagen in het schaatsseizoen. Ik trok mijn schaatskleding aan en ging met Ada ontbijten. Het enige verschil was, dat ik voor de pers mijn kluunschaatsen meenam naar de IJshal en een twintigtal exemplaren van "Molen- en Merentocht". Vanmorgen zou het tweede deel van de boekpresentatie zijn.

Voor het zo ver was, konden we eerst met de krasse knarren onze rondjes rijden, met dit keer een simpele piramide: 10, 20, 30, 30, 20 en 10 rondjes.
Het schaatsen ging erg makkelijk. Met zowel de vorm als de techniek zit het wel goed.

Om kwart over 10 verlieten we de gezellig drukke baan en klommen de trap op naar de kantine, waar ik om half 11, helaas zonder de wel uitgenodigde lokale pers, aan mijn tweede toespraak begon.


Beste mensen,

Een tandarts als inspiratiebron voor het uitgeven van een boek, dat is toch niet de meest voor de hand liggende gedachte. Toch is het dat wel in het geval van mijn boek “Molen- en Merentocht”.
Nu was ik van plan, om dit boek ooit eens uit te geven, maar pas nadat ik bij een Elfstedentocht een kruisje verdiend had. Als een soort bekroning en een terugblik op een lange carrière als toertochtschaatser.
Het was Arthur van Winsen, die dit proces versneld heeft. Tijdens een van de schaatstochten op natuurijs afgelopen winter op de Gouwzee begon hij erover: “Op je blog staan zulke leuke verhalen. Je zou er een boek van moeten maken!”

Dit was het zetje, dat ik nodig had, of om een beeldspraak te gebruiken, die in dit geval beter op zijn plek is: ik moest een tandje erbij schakelen.
Deze zomer was het dan zo ver. Begin september deed zich bij Manuscripta, de jaarlijkse boekenbeurs in Amsterdam, de mogelijkheid voor om via Mijn bestseller gratis één exemplaar van een boek te laten maken. Het proces van het maken van het boek had toch wat meer voeten in aarde, dan zo op het eerste gezicht leek. Alles gaat tegenwoordig digitaal en dan wil er nog wel eens wat fout gaan. Bij het verzenden kreeg ik te maken met een fatal error.
De verschijningsdatum werd 4 keer verschoven, op een gegeven moment was het boek het ene moment leverbaar en een uur later uit de handel.
Ook het controleren van de tekst liep niet helemaal vlekkeloos. Ik heb de tekst op het beeldscherm 3 keer grondig doorgelezen en toen ik dacht, dat er geen fouten meer in zaten, bestelde ik ruim 40 exemplaren. Maar lezen in een boek is toch wat anders. Kennelijk kun je je dan beter concentreren. Derhalve haalde ik er nog diverse foutjes uit. Maar dat past ook wel een beetje bij me. Het zal voor jullie een hele schok zijn, maar ik wil jullie verklappen, dat er in het genenpakket, dat ik van mijn ouders heb meegekregen, ook enkele schoonheidsfoutjes zitten….
En dat, terwijl ik weet, hoe belangrijk de woordkeuze soms ook kan zijn. Op de achterflap staat te lezen: “In 1979 kwam dan ook mijn meest bijzondere tocht. Op de dag, dat ik op de bibliotheekacademie in Amsterdam een tentamen had moeten afleggen, reden de bussen niet. Het had geijzeld en er lag wel 5 cm ijs op de Hoofdweg. Op de schaats ben ik die dag OVER DE WEG naar de Kaag gereden.”
Er staat nadrukkelijk NAAR de Kaag, niet TOT de Kaag. Ik kwam namelijk niet verder dan de A44. Deze snelweg gaat als een viaduct over de Hoofdweg heen en daar het onder een viaduct niet placht te ijzelen, kon ik hier niet verder. Mijn schaatsbeschermers lagen nog in Nieuw-Vennep. Die had ik immers toch niet nodig.
Achteraf besef ik, dat ik De Kaag toch niet had bereikt. Ik zou dan de Ringdijk op hebben moeten schaatsen en op de terugweg als pionier van crashed ice naar beneden moeten denderen.

Met mijn teer gestel ben ik daarvoor niet in de wieg gelegd.

Dat ben ik wel als toertochtschaatser met een vlotte pen.
“Molen- en Merentocht” stoelt immers, net als het schaatsen zelf, ook op twee poten. Enerzijds zijn er de sportverhalen, anderzijds de toertochttips. Deze toertochttips zul je in deze uitgebreide vorm trouwens in geen ander schaatsboek aantreffen. In sommige boeken vind je beknopt wel over wat je wel en wat je beslist niet moet doen bij het rijden van een toertocht, maar de hoeveelheid in de praktijk getoetste tips maakt mijn boek toch uniek.
En mijn tandarts zal volmondig beamen, dat mijn gebit ook uniek is. Gelukkig stond ik hier niet met een mond vol tanden en zou ik het verhaal met gemak nog kunnen rekken, maar dat doe ik lekker niet.
Ik wil nu graag dit exemplaar overhandigen aan mijn tandarts, maar tegelijkertijd en bovenal mijn trainingsmaat en schaatsvriend Arthur van Winsen.

Ten overstaan van een dertigtal belangstellenden overhandigde ik het 163 pagina's tellende boek.

Daarna mocht iemand naar voren komen, die samen met mij op deze foto stond.


Na Bauke Dooper, mijn trouwe metgezel bij menig toertocht, die nooit had gedacht, dat hij nog eens op de omslag van een boek kwam te staan, was Hermien Ravensberg aan de beurt, de vrijwilliger onder de vrijwilligers. Dag en nacht staat ze klaar voor ONZE IJshal.

Met Gretha de Vries sloeg ik een dubbelslag, want dit boek was tevens voor Douwe Kinkel, met wie ik ook heel wat kilometers op natuurijs heb gereden.


Na het uitdelen van de meegebrachte boeken volgde de signeersessie.

Ik heb diverse toepasselijke teksten gemaakt, zoals voor Hans den Outer, van wie ik in december 1998 de klapschaatsen heb overgenomen: "Wie de schoen past, trekt de klapschaats aan!"
Maar de mooiste vond ik toch de opdracht voor Marion Poldervaart:
"De Molentocht rijd je met een aardige vaart
over enkele meren en over menig Poldervaart!"

P.S.
"Molen- en Merentocht" is ook te koop in de winkel van Ooms Sport in de Leidse IJshal.

Geen opmerkingen: